Geschiedenis Nienoord

Roemruchte geschiedenis
Nienoord heeft een roemruchte geschiedenis die in 1907 op tragische wijze eindigt. Op 6 november van dat jaar komen de laatste bewoners van Nienoord, Bram van Panhuys en zijn vrouw Trijntje, hun zoon Hobbe (die dan burgemeester van Leek is), hun schoondochter Elske en huisknecht Meindert van Wijk, om het leven als zij van een bezoek aan Groningen terugkeren naar Nienoord. De koets, waarin zij zitten, raakt bij dichte mist in het Hoendiep te water. Het gezelschap zit opgesloten in de koets en heeft geen schijn van kans aan de verdrinkingsdood te ontsnappen. De jonge kinderen van Hobbe en Elske, Bram en Anneke, blijven als wees achter. Na het drama verhuizen ze naar familie in Wassenaar. Nienoord staat leeg en raakt ernstig vervallen.

Stamvader Wigbold van Ewsum
Vier eeuwen eerder begint de geschiedenis van het landgoed. In 1508 koopt de machtige Groninger jonker Wigbold van Ewsum bij Midwolde uitgestrekte veengebieden voor de commerciële turfwinning. De rijke Van Ewsum weet zo zijn toch al aanzienlijke fortuin enorm uit te breiden. In Vredewold, de streek rondom Nienoord, is Wigbold al snel oppermachtig. Op zijn grondgebied ontstaan verscheidene veendorpen, waaronder Leek, Jonkersvaart en Zevenhuizen. Vlakbij Midwolde bouwt hij een nieuw huis: Nije Oord. Het huis Nienoord groeit uit tot de grootste borg (adellijk landhuis of buitenplaats) van Noord-Nederland. De kerk in Midwolde wordt grafkerk van de familie.

Von Inn- und Knyphausen
De laatste Van Ewsum is jonkvrouwe Anna die in 1665 trouwt met de Duitse baron Georg Wilhelm von Inn- und Knyphausen. Nadat hij verheven wordt tot graaf, is de heer van Nienoord de hoogste edelman in Groningen. Het echtpaar toont de rijkdom van Nienoord door de borg rijk te decoreren met allerlei beeldhouwwerken en de bouw van een fraaie toegangspoort. Rond 1700 wordt de voormalige kapel in de tuin ‘omgetoverd’ tot schelpengrot.

In de loop van de 18de eeuw raakt het landgoed door erfeniskwesties ernstig verwaarloosd. Delen van de borg worden na 1800 zelfs afgebroken. In 1850 verwoest een grote brand het huis grotendeels. De laatste baron Von Inn- und Knyphausen verhuist daarna naar Groningen. Na zijn overlijden erft zijn neef, jonkheer Bram van Panhuys, de restanten. Hij besluit rond 1887 een nieuwe borg te bouwen. Ernaast komt een hertenkamp. Ook laat hij de tuinen en de schelpengrot restaureren. Bovendien wordt de weg van Midwolde naar Leek verhard met grind om Nienoord beter toegankelijk te maken.

Van Panhuys
Johan Aemilius Abraham van Panhuys (1836-1907) kent na zijn studie rechten en promotie in 1859 een glansrijke carrière. Hij klimt op van advocaat bij het Provinciaal Gerechtshof van Friesland naar burgemeester van de gemeente Tietjerksteradeel en daarna in 1880 van de gemeente Groningen. Vervolgens wordt hij in 1883 Commissaris des Konings in Groningen en in 1893 Commissaris der Koningin in Overijssel. Van Panhuys verhuis dan met zijn gezin naar Zwolle. Vier maanden na zijn aanstelling volgt de eervolle benoeming tot vice-voorzitter van de Raad van State. Vanwege zijn slechte gezondheid wordt hem in 1897 op eigen verzoek eervol ontslag verleend. Als Minister van Staat trekt Van Panhuys zich met zijn vrouw Trijntje terug op Nienoord. Na hun tragische dood in 1907 staat Nienoord leeg en vervalt de borg al snel.

Nieuwe kansen voor Nienoord
In 1950 keert het tij als de gemeente Leek het landgoed en de borg aankoopt. Acht jaar later huurt het Nationaal Rijtuigmuseum de borg en het landgoed. De borg ondergaat ingrijpende restauraties. Het toerisme krijgt een enorme stimulans met de komst van Familiepark Nienoord en Zwemkasteel Nienoord in de naastgelegen polder. In het bos worden een camping en een openluchttheater opgezet, terwijl de oude haven van Leek een nieuw leven krijgt als jachthaven. Het Nationaal Rijtuigmuseum en Borg Nienoord gaan in 2013 samen verder onder de huidige naam Museum Nienoord.